- geval
- {{geval}}{{/term}}1 [voorval] case ⇒ affair2 [omstandigheden waarin iemand verkeert] circumstances ⇒ position3 [omstandigheid] case ⇒ circumstances4 [vreemd voorwerp] affair ⇒ thing, 〈techniek, technologie ook〉 contraption, 〈techniek, technologie ook〉 device5 [toeval] chance ⇒ luck♦voorbeelden:1 een lastig geval • an awkward caseneem het geval Jansen • take the Jansen affairvan geval tot geval • case by case2 dat is met hem ook het geval, hij zit met hetzelfde geval • he's in the same position, it's the same with himin uw geval zou ik het nooit doen • in your position I'd never do that3 een geval van cholera • a case of choleraernstige/lichte gevallen • 〈zieken, misdadigers〉 serious/minor casesin het gunstigste geval • at best〈schertsend〉 hij is een hopeloos geval • he's a hopeless casetypisch geval • typical instancein het uiterste geval • at worst, if (the) worst comes to (the) worstals dit het geval is • if such is the caseik doe het in geen geval • I won't do it on any account/under any circumstancesin dat geval • in that casezelfs in dat geval • even then/soin beide/de meeste gevallen • in either case; in most casesin elk/ieder geval • anyway, anyhowin geval van oorlog/brand/ziekte • in the event of war/fire/illnessin negen van de tien gevallen • nine times out of tenin voorkomende gevallen • as the occasion arisesin welk geval • in which casein enkele gevallen • in some casesvoor het geval dat • (just) in case4 het hele geval lag uit elkaar • the whole contraption was in pieces5 wat wil nou het geval? • guess what, what do you think about this?het geval wilde • as luck would have it
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.